Vermogensopbouw performance hoe meet je het en wat zijn de beste indicatoren?
Stel je eens voor: je bent net terug van een lange wandeling in de bergen. Je hebt een einddoel gehaald en je voelt je geweldig. Maar als je naar je stappenteller kijkt, zegt dat eigenlijk weinig. Heb je veel hoogtemeters gemaakt? Of ging het vooral over asfalt? Ben je omhoog gegaan of juist heel veel naar beneden? En misschien wel het belangrijkste: hoe voelde die wandeling zich aan ten opzichte van de uitdaging die je verwachtte?
Zo is het ook met vermogensopbouw. Je kijkt naar je bankrekening of beleggingsapp en ziet een getal. Misschien is het hoger dan vorig jaar. Hoera! Maar zegt dat getal iets over hoe goed je bezig bent? Of zegt het alleen dat je geld hebt toegevoegd? Om echt te begrijpen hoe je ervoor staat, heb je de juiste meetlat nodig. De performance van je vermogen meten is niet alleen voor professionals op een saai kantoor. Het is voor iedereen die wil weten of hij of zij goed op weg is.
De basis: wat heb je echt verdiend?
Laten we beginnen met het meest voor de hand liggende: het totaalrendement. Dit is je absolute return. Het is de meest directe manier om te zien wat er is gebeurd. De formule is eigenlijk best simpel: je pakt de eindwaarde, haalt daar je beginwaarde af en telt daar de inkomsten (zoals dividend) bij. Wat overblijft deel je door je beginwaarde. Klaar.
Maar hier schuilt gelijk een gevaar. Wat is je beginwaarde eigenlijk? En wat tel je precies mee? De kunst is om te kijken naar het netto rendement. Dat betekent dat je alle kosten die je hebt betaald al aftrekt. Het gaat om wat er daadwerkelijk op je rekening is beland, voordat de belastingman langskomt. Dit getal vertelt je: “Ik heb zoveel procent verdiend dit jaar.” Het is je brute krachtmeting. Maar het zegt nog niets over of je slim bezig bent geweest.
Het gevecht der rekenmethoden: TWR versus MWRR
Hier wordt het echt interessant. Want stel dat je in januari 1000 euro inlegt, en in juni nog eens 5000 euro. Aan het einde van het jaar heb je 7000 euro. Je bent dus 1000 euro ‘rijker’ geworden. Top! Maar is dat omdat je beleggingen zo goed waren? Of kwam het door die extra 5000 euro die je in juli stopte net voordat de markt een sprong maakte?
Dit is waar de twee belangrijke methoden om de hoek kijken.
1. Time-Weighted Return (TWR): De meetlat voor de beheerder.
De TWR is je beste vriend als je wilt weten of jouw beleggingen of fondsen goed presteren. De naam zegt het al: tijd weegt zwaarder dan geld. Deze berekening breekt je periode op in stukjes, precies op het moment dat jij geld toevoegt of opneemt. Zo wordt het effect van jouw inleg- en opnamebeslissingen weggehaald. Je krijgt een zuiver beeld van de kwaliteit van de beleggingen. Als je een beheerder wilt vergelijken met een ander, of een index, is de TWR de enige eerlijke manier. Het is het schoonmaakrendement.
2. Money-Weighted Return (MWRR): De spiegel voor je eigen timing.
De MWRR (vaak ook IRR of interne rentevoet genoemd) vertelt het verhaal van jouw persoonlijke reis. Het kijkt naar wanneer en hoeveel geld er binnenkwam en weer uitging. Deze methode zwaait zwaar met de vlag als je op het juiste moment veel geld inlegt (of net voor een dip opneemt). Een hoge MWRR met een lagere TWR betekent eigenlijk: “Goed gedaan met het timen van je geldstroom!” Een lage MWRR met een hoge TWR betekent: “Je beleggingen deden het goed, maar je was helaas net iets te laat met instappen.”
De vuistregel? Als deze twee getallen ver uit elkaar liggen, dan heeft jouw gedrag met geld (wanneer je inlegt of opneemt) een grote rol gespeeld in je uiteindelijke resultaat.
Vergelijken met de rest: wat is een benchmark?
Je zit op een terras en bestelt een biertje. Het is 6 euro. Is dat duur? Geen idee, tenzij je weet dat je buurman 4 euro betaalt voor een biertje van hetzelfde formaat en merk. Je buurman is dan je vergelijkingsmateriaal, je benchmark.
Bij beleggen is dat precies hetzelfde. Je rendement van 8% klinkt leuk, maar wat als de hele markt (de benchmark) 12% steeg? Dan heb je het relatief gezien minder goed gedaan. Een benchmark is een objectieve maatstaf, meestal een bekende beursindex.
Maar hier gaat het vaak mis. Je kunt een appel niet vergelijken met een perzik. Als jij een wereldwijde beleggingsportefeuille hebt (met aandelen uit Amerika, Europa en Azië), dan is het totaal nutteloos om je te vergelijken met de AEX (alleen de 25 grootste Nederlandse bedrijven). Je moet een benchmark kiezen die past bij wat jij doet. Een wereldportefeuille hoort bij een wereldindex. Zo weet je of je de markt verslaat of niet.
Om dit soort keuzes te maken en je voortgang bij te houden, is het handig om een goed overzicht te hebben. Hoe je dat maakt, lees je in ons artikel over Vermogensopbouw overzicht hoe maak je het en wat zijn de beste methoden?. Zonder overzicht blijft performance meten namelijk giswerk.
De sterren van de show: risico-correcte indicatoren
Rendement is leuk, maar risico is de vijand. Iemand die 20% rendement behaalt door extreem gevaarlijke aandelen te kopen, is niet per se een betere belegger dan iemand die een stabiele 8% haalt. Om dit goed te meten, zijn er de zogenaamde risico-gecorrigeerde indicatoren. Ze vertellen je: wat krijg ik eigenlijk per eenheid risico?
Laten we er drie bekijken die je echt moet kennen.
De Sharpe Ratio: De algemene held
De Sharpe Ratio is de beroemdste. Hij neemt je rendement en trekt daar de veilige rente (de rente op een spaarrekening of staatsobligatie) van af. Wat overblijft, deel je door de totale schommeling (volatiliteit) van je belegging.
De boodschap is simpel: krijg ik genoeg extra rendement voor alle gestress dat de belegging me oplevert? Een hoge Sharpe Ratio is goed. Een lage is minder goed. Hij kijkt naar alle schommelingen, zowel omhoog als omlaag. Dit is een prima maatstaf voor een normale, gebalanceerde portefeuille.
De Sortino Ratio: De oogkleppen voor omlaag
De Sortino Ratio is een neefje van de Sharpe, maar met een belangrijk verschil. De Sortino Ratio negeert alle goede schommelingen (de momenten dat je belegging stijgt). Hij kijkt alleen naar de momenten dat hij daalt. Dit heet de neerwaartse volatiliteit.
Waarom is dit zo goed? Omdat de meeste beleggers wakker liggen van verlies, niet van winst. Als je belegging spectaculaire winsten maakt (wat leuk is!), maar tegelijkertijd ook diepe dalen kent (wat eng is), dan zal de Sortino Ratio lager zijn dan de Sharpe Ratio. Dit is een geweldige indicator voor mensen die echt willen weten hoe pijnlijk de rit was ten opzichte van de buitengewone opbrengsten.
Wil je weten hoe je dit soort risico’s in je eigen plan verwerkt? Ons stuk over Vermogensopbouw doelen hoe volg je ze en wat zijn de beste methoden? geeft hier handvatten voor.
De Calmar Ratio: De waakhond
De Calmar Ratio is de strengste bewaker. Hij kijkt naar je rendement, en deelt dat door je Maximum Drawdown. Wat is dat? Het diepste gat dat je portefeuille ooit heeft geslagen vanaf een hoogtepunt tot het laagste punt.
Als je een Calmar Ratio van 2 hebt, betekent dat dat je voor elk procentje diepte-ervaring, twee procent rendement hebt binnengehaald. Deze ratio is heilig voor mensen die kapitaalbehoud het allerbelangrijkst vinden. Liever een stabiele klim dan een achtbaan met misselijkheid.
Wat betekent dit allemaal voor jou?
Het is makkelijk om verstrikt te raken in al deze termen. Laten we het praktisch maken. Wat moet je nu echt onthouden?
Voor jezelf is het belangrijk om te weten of je eigen gedrag je helpt of hindert. Kijk daarvoor naar je MWRR. Tegelijkertijd moet je je rendement vergelijken met een realistische benchmark. Lukt dat niet zo goed of wil je weten hoe je de volgende stap zet? Lees dan eens over Vermogensopbouw trends hoe volg je ze en wat zijn de beste methoden?. Trends kunnen namelijk een grote impact hebben op je toekomstige resultaten.
En tot slot: vergeet de data niet. Performance meten is emotie weghalen en feiten erin gooien. Een andere manier om je data te structureren en te gebruiken, vind je in ons artikel over Vermogensopbouw progressie hoe meet je het en wat zijn de beste indicatoren?. Het gaat er niet om dat je deze termen direct in de vingers hebt, maar dat je begrijpt dat er een wereld schuilgaat achter een simpel getal op je scherm.
De performance van je vermogen is een cocktail. Een beetje marktrendement ($\beta$), een beetje slimme keuzes ($\alpha$) en een flinke dosis eigen gedrag (timing). Door hier objectief naar te kijken, ben je niet langer een passieve toeschouwer van je eigen geld, maar de captain van je eigen financiële schip.
]]>
Geef een reactie