Pensioen zestiger wat moet je weten en wat zijn de prioriteiten voor vermogensopbouw?
Stom gezegd, maar het is echt zo: je zestigste levensjaar is een sportieve prestatie. Je hebt hard gewerkt, bent hopelijk gezond en het finishlint van je carrière komt langzaam in zicht. Alleen is dat finishlint nu niet een metaforisch lintje dat je doorknipt, maar een financieel hekwerk dat je slim moet ontwijken. Want stoppen met werken op je zestigste is niet meer de standaard. De AOW-leeftijd stijgt, de regels veranderen en je wilt voorkomen dat je op je zeventigste pas doorhebt dat je inkomen een stuk lager is dan je had gehoopt.
Even realistisch: weet je nog hoe je je druk maakte om je pensioen toen je net begon? Waarschijnlijk niet. Nu je hier bent, is het tijd om de balans op te maken. Dit is hét moment om de regie te pakken.
De AOW: jouw basisinkomen of een gat in je begroting?
Laten we beginnen met de baksteen die we allemaal krijgen: de AOW. Dit is je volksverzekering en de fundering van je inkomen. In 2026 is de AOW-leeftijd definitief vastgesteld op 67 jaar. Dit blijft zo tot en met 2027. Ben je geboren na 1965? Dan kan het zijn dat je later dan je zestigste met pensioen wilt, maar eigenlijk wacht je tot je AOW-leeftijd om je recht te claimen.
Een basisinkomen is fijn, maar het is zelden genoeg. Wil je bijvoorbeeld je vaste lasten betalen, je huis onderhouden en ook nog eens genieten van een terrasje of een verre reis? Dan zul je merken dat de AOW alleen tekortschiet.
Voor degenen die net over de grens wonen of een gat in hun opbouw hebben: er bestaat wel iets als vrijwillige AOW. Dit kun je kopen als je te laat bent met in Nederland komen werken. Maar, en dit is een belangrijke, het is vaak flink aan de prijs. Het kost je ongeveer €5.300 voor één jaar extra AOW, wat neerkomt op zo’n €200 per jaar extra inkomen voor de rest van je leven. Meestal is het slimmer om dat geld te investeren in je eigen spaarpotje (Box 3) dan om het aan de overheid te geven.
De grote inventarisatie: wat heb je eigenlijk?
Voordat je ook maar iets doet, is er één cruciale actie die je nu, vandaag nog, moet ondernemen: ga naar MijnPensioenoverzicht.nl. Dit is de plek waar je in één oogopslag ziet wat je AOW-gat is.
Stel je voor: je wilt €2.500 per maand besteden, maar je AOW is ‘maar’ €1.600. Dan is je gat €900 per maand. Waar moet dat geld vandaan komen? Precies uit je aanvullende pensioen (Pijler 2) of je eigen vermogen (Pijler 3). Weet je dit getal niet, dan navigeer je blind.
Dit is overigens een goed moment om even terug te kijken. Toen je in de Pensioen starter waar begin je en wat zijn de eerste stappen voor vermogensopbouw? las, had je waarschijnlijk een veel lagere focus op dit gat. Nu het dichterbij komt, wordt het pijlscherp.
De knoop doorhakken: stoppen of doorgaan?
Veel zestigers denken: “Ik stop gewoon op mijn zestigste, en de rest regelt zichzelf.” Dat is een gevaarlijke gedachte. Als je besluit om te stoppen voordat je de AOW-leeftijd bereikt, betaal je een flinke prijs.
Voor je aanvullende pensioen geldt een simpele, strenge vuistregel: als je één jaar eerder stopt, gaat je uitkering ongeveer 8% omlaag. En dat is geen eenmalige korting, maar een levenslange verlaging. Tel daarbij op dat je in die tussentijd ook nog geen AOW opbouwt, en je ziet dat je reserves flink moeten zijn om dit te overbruggen.
Sommige werkgevers of fondsen bieden de optie van hoog/laag-pensioen. Dit betekent dat je in de eerste jaren na je pensionering (vaak de actieve jaren) een hoger bedrag krijgt, en later (als je misschien wat minder mobiel bent) een lager bedrag. Dit kan handig zijn als je nu nog een dure hypotheekrenteaftrek verliest of juist nu die wereldreis wilt maken.
Prioriteit 1: je vaste lasten verlagen
Geld dat je niet maandelijks hoeft uit te geven, is geld dat je overhoudt voor leuke dingen. De grootste impact heeft het aflossen van je hypotheek. Als je op je zestigste nog een flinke hypotheeklast hebt, ben je veel meer inkomen nodig dan wanneer je huis (bijna) vrij is.
Zie het zo: elke euro die je nu niet meer aan rente betaalt, is een euro die je later niet uit je pensioen hoeft te halen. Vooral als je een aflossingsvrije hypotheek hebt (wat veel zestigers hebben), is het slim om na te denken over aflossen. Het geeft een rustig gevoel én verlaagt je financiële behoefte enorm.
Dit is een andere prioriteit dan die je misschien had toen je de Pensioen veertiger wat moet je weten en wat zijn de prioriteiten voor vermogensopbouw? las. Toen ging het vooral om opbouwen; nu gaat het steeds meer om optimaliseren en verlagen.
Prioriteit 2: De allerlaatste kans op fiscaal voordeel
Je hebt in je leven al genoeg belasting betaald, lijkt me. Nu is het zaak om slim gebruik te maken van de regels. Als je merkt dat je pensioen straks te laag is, is er vaak nog een mogelijkheid: de Lijfrente (ook wel banksparen genoemd).
Dit werkt simpel: je stort geld (extra inleg) en dit bedrag mag je aftrekken van je belastbaar inkomen. Dat scheelt nu direct in je belastingdruk. Het lekkere is: dit opgebouwde kapitaal telt niet mee voor je vermogensbelasting in Box 3 zolang het op een speciale rekening staat. Dit is echt de allerlaatste kans om fiscaal voordeel te pakken op je inleg, voordat je met pensioen gaat.
Ben je al ver in de Pensioen midden carrière wat moet je doen en wat zijn de prioriteiten voor vermogensopbouw? fase geweest en heb je dit nog niet gedaan? Haal je schouders op en regel het alsnog. Elke euro die je nu fiscaal vriendelijk inlegt, is er een die je later overhoudt.
Prioriteit 3: Zelf aanvullen sparen of beleggen
Naast de fiscale constructies is er nog de simpele weg: sparen of beleggen. Dit doe je in Box 3, oftewel je normale vermogen. Als je zestig bent, moet je beleggingshorizon wel iets korter zijn dan toen je twintig was, maar je geld op een spaarrekening laten staan met de huidige inflatie is ook zonde.
Voor veel zestigers is een mix van aflossen (zekerheid), lijfrente (fiscaal voordeel) en een potje beleggen (rendement) de beste strategie. Het gaat erom dat je het gat tussen je AOW en je gewenste inkomen dicht.
De uitkeringsfase: keuzes maken met je geld
Als de dag daar is en je stopt met werken, begint de uitkeringsfase. Je kapitaal moet worden omgezet in inkomen. Hier zijn een paar slimme kneepjes:
- Afkoopgrens: Sommige kleine pensioenpotjes zijn zo klein dat ze de moeite niet waard zijn om maandelijks uit te keren. De grens voor 2026 is €613,52 per jaar. Is je potje kleiner? Dan mag je het in één keer opnemen. Wel even checken hoe dat belast wordt!
- Partnerpensioen: Heb je een partner die een goed eigen inkomen heeft of een eigen vermogen? Dan is het misschien zonde om premie te betalen voor partnerpensioen. Door (een deel) hiervan af te zien, kun je je eigen maandelijkse uitkering verhogen. Een beslissing die je nu neemt, maar die veel impact heeft.
De gulden regel: schakel hulp in
Dit klinkt allemaal logisch, maar de fiscale regels zijn complex. Een verkeerde keuze op je zestigste is moeilijk ongedaan te maken. Daarom is een onafhankelijk financieel adviseur zo belangrijk. Niet iemand die alleen producten van zijn eigen bank verkoopt, maar iemand met een AFM-vergunning die echt naar jouw plaatje kijkt.
Een volledig adviesrapport kost geld (reken op €500 tot €750), maar het kan je op de lange termijn veel meer opleveren (en kosten besparen). ‘Gratis’ gesprekken zijn vaak een verkooppraatje. Investeer in goed advies, net zoals je je auto naar de garage brengt voor een grote beurt.
Ten slotte: de deur staat nog open. Ben je net met pensioen en merk je dat het geld toch wat sneller opgaat dan gedacht? Doorwerken naast je pensioen heeft geen negatieve invloed op je AOW of je opgebouwde aanvullende pensioen. Je mag bijverdienen tot je de AOW-leeftijd bereikt. Elk jaar dat je langer werkt, bouw je niet alleen AOW op, maar bouwt je vermogen ook verder op. Dus, zestig zijn is niet het eindstation; het is het station waar je even stopt om de kaartjes te controleren.
]]>
Geef een reactie