Pensioen doelen hoeveel heb je precies nodig en hoe bereken je het voor vermogensopbouw?
Dromen van een zorgeloze oude dag? Het klinkt als een ver-van-mijn-bed-show, maar stiekem is het de realiteit waar je nu aan bouwt. Hoeveel geld heb je straks eigenlijk nodig? Het antwoord op die vraag is minder ingewikkeld dan het lijkt, zolang je weet wat je doet. We gaan het vandaag hebben over die ene, cruciale berekening die je rust geeft.
Stop met raden: Je doel is een inkomen, niet een getal
Veel mensen denken: “Ik wil over 25 jaar 1 miljoen euro hebben.” Dat is een leuk streven, maar het zegt je nog niets over of je er ook echt van kunt leven. Het draait allemaal om de vraag: wat wil je maandelijks overhouden?
De truc is om niet te beginnen met een enorm bedrag, maar met je gewenste uitgavenpatroon. Ga eens lekker zitten en vraag je af: “Als ik straks stop met werken, wat geef ik dan uit?” Ga je reizen? De hypotheek is hopelijk afgelost, maar misschien ga je wel verhuizen. Gebruik je trouwe bron: Pensioen opbouwen waar begin je en wat zijn de eerste stappen voor vermogensopbouw? om je gedachten te ordenen.
De 70% vuistregel (en wanneer je die kunt vergeten)
Er bestaat een gouden regel in pensioenland: je hebt ongeveer 70% van je laatstverdiende netto inkomen nodig. Waarom? Omdat je kosten dalen. Je hoeft niet meer te sparen voor je pensioen, je reist minder naar kantoor en de kinderen zijn de deur uit.
Maar eerlijk?
Voor veel mensen klopt dit plaatje niet meer. Als jij nu al weet dat je na je 65ste de wereld over wilt zeilen of elke week op restaurant wilt, dan is die 70% veel te weinig. In dat geval moet je denken aan 80% tot 100% van je huidige inkomen. Wees hier realistisch. Liever iets te veel sparen dan te weinig.
Doe de aftrek: Wat krijg je van de overheid en je baas?
Hier gaat het vaak mis. Je hebt nu een doelbedrag in je hoofd, maar je krijgt straks heus niet alleen geld uit je eigen spaarpot. Je bouwt namelijk al vermogen op zonder dat je het direct voelt. We hebben het over de drie pijlers:
- De AOW (van de overheid).
- Je werkgeverspensioen (Pijler 2, bijvoorbeeld via NN of ABP).
Om te weten wat je echt zelf moet regelen, moet je die twee aftrekken van je gewenste inkomen.
Doe dit even rustig: pak je salarisstrookje erbij of ga naar Mijnpensioenoverzicht.nl. Dit is je beste vriend. Daar zie je wat je al zeker bent. Het bedrag dat overblijft na aftrek van AOW en je pensioenfonds, dat is het bedrag dat jij zelf moet genereren uit je beleggingen (Pijler 3). Pensioen voor beginners wat moet je weten en hoe begin je met vermogensopbouw? helpt je om deze cijfers te vinden als je er nu nog geen kaas van hebt gegeten.
De magische formule: De Safe Withdrawal Rate
Stel, je hebt berekend dat je na AOW en je werkgeverspensioen nog €25.000 per jaar tekortkomt. Hoeveel geld moet je dan hebben?
Hier komt de ‘Safe Withdrawal Rate’ (SWR) om de hoek kijken. Dit is een bekend begrip uit de beleggingswereld. De klassieke vuistregel is de 4%-regel.
De logica is simpel: als je erop vertrouwt dat je beleggingen gemiddeld 7% groeien per jaar (en de inflatie is 3%), dan kun je veilig 4% van je totale vermogen opnemen elk jaar, zonder dat je geld opraakt.
Zo werkt de omgekeerde rekensom:
Stel: Je hebt €25.000 nodig. Deel dit door 0.04 (oftewel 4%).
€25.000 / 0.04 = €625.000.
Dat is dus je doelvermogen. Heb je dat bedrag bij elkaar? Dan kun je theoretisch gezien tot in de eeuwigheid €25.000 per jaar opnemen.
Waarom die 4% soms eng is (en wat je eraan doet)
Een ding moet je weten: de 4%-regel is gebaseerd op een horizon van 30 jaar. Ga je met 50 met pensioen? Of wil je echt 100% zekerheid? Dan is 4% soms te risicvol.
Veel experts adviseren daarom een SWR van 3% of 3.5%.
Als je kiest voor een conservatieve 3%:
€25.000 / 0.03 = €833.333.
Je ziet direct het verschil. Een lagere ‘opnamepercentage’ betekent een veel grotere spaarpot. Dat voelt misschien als een berg, maar het zorgt er wel voor dat je slaapt als een roos. Dit is precies de strategie die je bespreekt als je onderzoek doet naar Pensioen berekenen hoe doe je dat correct en wat heb je nodig voor vermogensopbouw?.
De sluipmoordenaar: Inflatie
Er is een adder onder het gras: inflatie. Die €25.000 die je nu nodig hebt, is over 20 jaar misschien nog maar €15.000 waard. Je wilt natuurlijk niet dat je levensstandaard daalt.
Gelukkig is de SWR-methode hierop ingericht. De regel gaat ervan uit dat je elk jaar je opname verhoogt met de inflatie. Als jij in jaar 1 €25.000 opneemt en de prijzen stegen met 3%, dan neem je in jaar 2 €25.750 op.
Een cruciaal punt: De AOW wordt vaak gekoppeld aan de lonen (en dus aan de inflatie). Je eigen vermogen moet dus vooral dat deel van je inkomen opvangen dat niet automatisch meestijgt. Zorg dat je berekeningen ‘koopkrachtvast’ zijn.
Jouw actieplan voor vandaag
De theorie is leuk, maar nu de praktijk. Voel je je soms verdwaald in al dit geregel? Dan is het goed om te weten dat je niet de enige bent. Een Pensioen tekort wat doe je eraan en wat zijn de beste strategieën voor vermogensopbouw? probleem is makkelijker op te lossen als je weet hoe het werkt.
Wat moet je nu doen?
- Doe de check: Ga naar Mijnpensioenoverzicht.
- Reken je tekort: Gewenst inkomen minus AOW minus Pensioenfonds.
- Kies je veiligheidsmarge: Pak 3.5% of 4%.
- Vermenigvuldig: Het tekort gedeeld door je percentage is je doelvermogen.
Het mooie is: nu je weet wat je doel is, kun je gericht gaan bouwen. Of het nu gaat om extra aflossen, beleggen of sparen, je weet nu hoeveel ‘kruit’ je nodig hebt. En dat geeft een heerlijk rustig gevoel.
]]>
Geef een reactie