Pensioen aanvullen hoe doe je dat en wat zijn de beste methoden voor vermogensopbouw?
Stel je even voor: je bent zestig jaar, misschien zestigvijf. Je werkt al een flink aantal jaar en je bent toe aan een rustigere periode. Even geen wekkers, minder deadlines en vooral tijd voor jezelf. Misschien wil je dan graag de wereld over, je kleinkinderen vaker zien of gewoon genieten van een rustige ochtend met een krantje. Dit plaatje voelt fijn, maar er hangt wel een prijskaartje aan. Je inkomen stopt namelijk (deels). De grote vraag is dan ook: krijg je dan genoeg geld binnen om die dromen waar te maken? Of moet je flair inboeten?
Voor veel Nederlanders voelt pensioen als iets vaags. Het is geld dat je pas over tientallen jaren ziet, en het regelen voelt als een berg bureaucratie. Toch is het juist nu belangrijk om hierover na te denken. Niemand wil op zijn zestigste ineens achter het net vissen en moeten bezuinigen op boodschappen. Het is slim om jezelf af te vragen: bouw ik genoeg op? En belangrijker nog: wat kan ik zelf doen om dat gat te dichten?
Voordat je in de wereld van aandelen, spaarrekeningen en ingewikkelde formules duikt, is het handig om te weten waar je staat. Het begint allemaal met een simpele check. Waar haal je je geld vandaan als je stopt met werken?
De nulmeting: wat heb je al?
Voordat je begint met extra geld opzijzetten, moet je weten hoeveel je nodig hebt. Stel jezelf de vraag: wat wil ik maandelijks overhouden? Vierhonderd euro extra? Duizend euro? Zodra je dat weet, moet je kijken wat er al geregeld is.
In Nederland hebben we een systeem dat bestaat uit drie pijlers. De eerste is de AOW. Dit is de basis die je krijgt van de overheid. De tweede is het pensioen dat je opbouwt via je werkgever. Om te zien hoeveel dit ongeveer wordt, kun je een kijkje nemen op Mijnpensioenoverzicht.nl. Dit is een handige site waar je in één oogopslag ziet wat je AOW en je werkgeverspensioen samen waarschijnlijk gaan opleveren.
Wat je vaak merkt, is dat dit bedrag lager is dan je huidige salaris. Dit verschil noem je een pensioengat. Om je leven na je pensioen op hetzelfde niveau te houden, moet je dat gat vullen. Dit doe je met de derde pijler. Dat is simpelweg de naam voor alles wat je zelf regelt om je pensioen aan te vullen. Dit kan van alles zijn: sparen, beleggen of speciale pensioenproducten. Nu je weet dat je waarschijnlijk iets zelf moet regelen, gaan we kijken naar de beste methoden om dat te doen.
Methode 1: Fiscaal voordeel pakken in Box 1
Dit is voor veel mensen de meest interessante route. Waarom? Omdat de overheid je een steuntje in de rug geeft. Het werkt namelijk zo: je mag geld dat je stopt in een speciaal pensioenpotje aftrekken van je belastingen. Dit doe je in wat Box 1 heet. Dit is het deel van je inkomen waarover je inkomstenbelasting betaalt.
Stel je verdient leuk, dus je betaalt flink belasting. Zet je een bedrag opzij voor je pensioen? Dan telt dat bedrag niet meer mee als belastbaar inkomen. Je betaalt dus minder belasting nu. In ruil daarvoor moet je later, als je met pensioen bent, wel belasting betalen over dat geld. Maar vaak is je belastingtarief dan lager, dus ben je alsnog voordeliger uit. Je betaalt eigenlijk belasting op het moment dat het jou het beste uitkomt.
Hiervoor bestaan twee hoofdproducten: lijfrente en banksparen.
Lijfrente sluit je af bij een verzekeraar. Je koopt als het ware een toekomstige uitkering. Banksparen doe je bij een bank. Het werkt hetzelfde, maar het zit in een speciale geblokkeerde rekening. Beide zijn vormen van bancaire lijfrente. Het grote voordeel is de fiscale aftrek.
Je mag niet zomaar oneindig veel geld storten. Er is een maximum. Dat maximum heet je jaarruimte. Dit is een bedrag dat de Belastingdienst berekent op basis van je inkomen en wat je al aan pensioen opbouwde. Ben je dit jaar te laat? Geen paniek. Je mag ook je ongebruikte ruimte van de afgelopen tien jaar in één keer storten. Dit heet de reserveringsruimte. Als je dus een paar jaar hebt nagelaten om iets te regelen, kun je dat nu in één klap inhalen.
Het enige nadeel is het woord ‘geblokkeerd’. Dit geld is echt voor je pensioen. Je kunt het er niet zomaar afhalen voor een droomreis of een nieuwe auto. Pas bij je AOW-leeftijd mag het eruit. Tenzij je ernstig arbeidsongeschikt raakt, dan zijn er uitzonderingen. De keuze die je hierbij maakt, bepaalt hoe je geld groeit.
Sparen of beleggen in je pensioenpot?
Bij banksparen staat je geld vaak vast met een rente. Veilig, maar het rendement is vaak laag. Bij een lijfrente-verzekering kun je vaak kiezen om te beleggen. Dat is risicovoller, maar op lange termijn (en we hebben het over tientallen jaren) is de kans op een hoger rendement groter. Let wel op: bij beleggen via een verzekeraar zit er vaak een clausule voor nabestaanden. Gaat er iets mis? Dan stopt de uitkering soms. Bij banksparen blijft het geld gewoon bestaan en gaat het naar je erfgenamen. Een verschil om goed te onthouden.
Methode 2: Flexibel vermogens opbouwen in Box 3
Vind je het idee dat je geld vaststaat tot je pensioen doodeng? Of wil je de vrijheid houden om eerder te stoppen of geld voor andere doelen te gebruiken? Dan is Box 3 iets voor jou. Dit is de wereld van sparen en beleggen met je vrij beschikbare geld.
Hierbij bouw je vermogen op buiten de speciale pensioenregels om. Je stopt geld op een normale beleggingsrekening of spaarrekening. Je mag hier zelf weten wat je ermee doet. Je kunt het opnemen wanneer je wilt.
Wel betaal je elk jaar belasting over dit vermogen. De Belastingdienst gaat er namelijk van uit dat je een rendement verdient. Over het bedrag boven een bepaalde vrijstelling (in 2024 was dit ongeveer 57.000 euro per persoon) betaal je belasting. Dit heet vermogensbelasting.
Het voordeel is de liquiditeit. Het is je eigen potje voor later, maar ook voor nu. Wie slim is, kijkt hier kritisch naar de kosten. Als je wilt beleggen, let dan op de kosten van de broker of het fonds. Een euro die je betaalt aan kosten, is een euro die je niet hebt voor je pensioen. Dit is de plek waar je zelf de touwtjes in handen hebt.
Wil je weten hoe je dit precies aanpakt? Lees dan verder over Pensioen berekenen hoe doe je dat correct en wat heb je nodig voor vermogensopbouw?
Methode 3: Slimme optimalisatie van je huidige situatie
Extra geld storten is één manier. Maar vaak kun je ook veel besparen door goed naar je huidige kosten te kijken. Lagingen pensioen is namelijk minder nodig als je later ook minder geld kwijt bent.
Een heel logische plek is je hypotheek. Veel mensen willen hun huis graag hebben afgelost voor hun pensioen. Dit is verstandig. Waarom? Omdat je maandlasten drastisch dalen als je geen hypotheek meer hoeft te betalen. Als je je huis hebt afgelost, heb je veel minder inkomen nodig om rond te komen. Dat betekent dat je minder extra pensioen hoeft op te bouwen. Je lost het pensioengat eigenlijk op door je vaste lasten te verlagen.
Een andere optie is je huis zelf. Misschien heb je in de loop der jaren veel overwaarde opgebouwd. Je kunt erover nadenken om je huis te verhuizen naar iets kleiners en goedkopers. De overwaarde die je overhoudt, stop je dan in je pensioenpotje. Of je kiest voor ‘opeethypotheek’, waarbij je de overwaarde opneemt. Dit is best een impactvolle keuze, maar het kan een enorme berg geld vrijmaken.
Sommige mensen kiezen er ook voor om langer door te werken. Misschien niet fulltime, maar parttime na je AOW-leeftijd. Dit levert extra inkomen op. Je AOW en je werkgeverspensioen gaan hier meestal niet op achteruit. Je werkt dus voor een extraatje bovenop wat je al krijgt. Dit is een prima manier om je inkomen aan te vullen zonder dat je nu al enorm veel geld hoeft weg te leggen.
Als je je echt verdiept in de theorie achter het berekenen van je tekort, is het goed om te lezen over Pensioen tekort wat doe je eraan en wat zijn de beste strategieën voor vermogensopbouw?
Extra tips voor de ZZP’er en ondernemer
Werken als freelancer of ondernemer geeft veel vrijheid, maar je bent ook zelf verantwoordelijk voor je pensioen. Er is geen baas die dit voor je regelt. Dat vraagt om discipline.
Een veelgehoorde tip is: reken je uurtarief goed door. Veel zzp’ers vergeten om de kosten voor hun pensioenopbouw door te berekenen in hun tarief. Ze werken voor een laag tarief en houden aan het einde van de maand te weinig over om op te bouwen. Zorg dat je een deel van je inkomen direct reserveert voor later.
Let ook op de oude regelingen. Als je vroeger in loondienst bent geweest, had je misschien een pensioenregeling bij je werkgever. Soms mag je deze regeling voortzetten, tot maximaal tien jaar na je vertrek. Dit is vaak aftrekbaar.
De oude Fiscale Oudedagsreserve (FOR) is per 2023 gestopt met opbouw. Als ondernemer met een bestaande reserve, moet je deze verplaatsen. Het is slim om hier hulp bij te zoeken, want de fiscus is streng.
Daarnaast is er de optie om deel te nemen aan een ZZP-pensioenfonds. Dit werkt een beetje zoals een normaal werknemerspensioen. Je stort geld en het fonds belegt het voor je. Dit is vaak gestructureerder dan zelf aanmodderen met losse aandelen.
De balans opmaken
Je pensioen aanvullen hoeft niet ingewikkeld te zijn, maar het vraagt wel aandacht. De vraag is vooral: wat voor persoon ben je? Wil je zekerheid en fiscaal voordeel? Dan is de optie in Box 1 (lijfrente of banksparen) zeer interessant. Als je de voorkeur geeft aan vrijheid en flexibiliteit, dan is sparen of beleggen in Box 3 een betere keuze.
Vergeet ook de basis niet. Zorg dat je weet wat je krijgt via je werkgever en de overheid. Bij de AOW en je werkgeverspensioen is het vaak slimmer om het goed te begrijpen en te zien wat het nu precies betekent voor je toekomst. Lees hier verder: Pensioen AOW wat krijg je en hoe past het in jouw vermogensopbouw strategie? en Pensioen werkgever wat krijg je en hoe optimaliseer je het voor vermogensopbouw?
Het allerbelangrijkste is dat je nu begint. Hoe eerder je geld opzijzet, hoe langer het de tijd heeft om te groeien. Dus pak je salarisstrookje erbij, reken uit wat je tekortkomt en kies een methode die bij jou past. Je toekomstige zelf zal je dankbaar zijn.
]]>
Geef een reactie