Diversificatie waarom is het belangrijk en hoe pas je het toe bij vermogensopbouw?
Stel je voor dat je op een dag besluit om je hele spaarrekening leeg te trekken en alles op rood te zetten bij het casino. Of nou ja, bijna alles. Je houdt misschien een tientje over voor een biertje, maar verder zit je volledig op één paard. Als dat paard wint, ben je de held van de avond. Maar als het verliest? Dan sta je met lege handen en een vervelend gevoel naast de speeltafel. Dit gevoel, de angst voor totaal verlies, is precies wat beleggers willen vermijden. In de beleggingswereld noemen we de tegenhanger van die gok “diversificatie”.
Veel mensen denken dat beleggen ingewikkeld is, vol jargon en getallen die duizelingwekkend snel draaien. Maar sommige ideeën zijn zo logisch dat ze eigenlijk bij het gezonde verstand horen. Diversificatie is er zo een. Het is de strategie om je geld niet op één plek te gooien, maar het te verspreiden. Denk aan de oude wijsheid: leg nooit al je eieren in één mandje. Als je dat mandje laat vallen, zijn ze allemaal stuk. Spreid je ze uit over verschillende mandjes, dan ben je een stuk veiliger. En dat is precies wat we vandaag gaan ontdekken: hoe je je vermogen opbouwt door slim te spreiden, zonder dat het saai of eng wordt.
Waarom is spreiden zo slim?
Ik begrijp de verleiding heel goed. Je leest een verhaal over een tech-bedrijf dat de wereld gaat veranderen, je koopt de aandelen en je ziet ze dagelijks stijgen. Het voelt alsof je de jackpot hebt gevonden. Waarom zou je dan nog geld stoppen in saaie bedrijven of obligaties? Nou, omdat de wereld raar kan doen. Niemand kan de toekomst voorspellen.
Stel je voor dat je al je geld had belegd in luchtvaartmaatschappijen vlak voor de coronapandemie uitbrak. In één klap waren al je plannen waardeloos. Tegelijkertijd waren er bedrijven die juist floreerden, zoals bedrijven die software voor video-calls maakten. Als je in beide had gezeten, dan had de stijging van de een het verlies van de ander gedeeltelijk opgevangen. Dat is het “magische” effect van diversificatie. Je wint misschien niet zo hard, maar je verliest ook nooit alles.
Het grappige is dat beleggers dit vaak de “enige gratis lunch” noemen. In de economie is er namelijk bijna nooit iets te krijgen zonder risico. Behalve dit. Door je geld te spreiden, verlaag je je risico enorm, terwijl je je potentiële rendement (die lekkere winst) eigenlijk op een redelijk niveau houdt. Je ruilt een beetje extreme winstkans in voor een veel rustigere nachtrust. En dat is een deal die de meeste mensen graag maken.
Hoeveel mandjes heb je eigenlijk nodig?
Oké, je bent overtuigd. Je wilt niet alles kwijtraken. Maar hoe ver moet je gaan? Sommige mensen kopen tientallen aandelen, andere kopen er twee. Wat is de magische grens? Er is onderzoek gedaan naar hoeveel aandelen je minimaal nodig hebt om het grootste deel van het risico uit je portefeuille te halen. De uitkomst is best hoopvol voor de beginnende belegger: met ongeveer twintig verschillende aandelen ben je al een heel eind.
Als je er minder dan twintig hebt, loop je een significant risico dat één slecht nieuwsbericht je hele dag verpest. Als je er meer dan twintig hebt, neemt het risico nog maar heel weinig af. Het toevoegen van het 21e aandeel helpt nauwelijks meer. Sterker nog, op een gegeven moment kun je te ver doorslaan. Dit heet over-diversificatie. Dan koop je zoveel verschillende dingen dat je niet meer weet wat je eigenlijk hebt, en je rendement verwaterd raakt. De truc is dus om voldoende te spreiden om veilig te zijn, maar niet zo veel dat je geen grip meer hebt op je eigen vermogen.
Het doel is dus niet om de allerbeste aandelen te vinden (want dat kan bijna niemand), maar om een portefeuille te bouwen die tegen een stootje kan. Je wilt een stabiliteit die ervoor zorgt dat je niet in paniek raakt als de beurs een keer flink daalt. En paniek is vaak de grootste vijand van een belegger, want daardoor ga je op het verkeerde moment verkopen.
De drie lagen van spreiding
Om dit nu echt concreet te maken, kun je het beste op drie verschillende niveaus nadenken over diversificatie. Het is alsof je een stevig huis bouwt: je hebt een fundering, muren en een dak. Elk onderdeel moet kloppen.
1. De fundering: activaklassen
Dit is de grootste verdeling. Dit gaat over de vraag: wat voor type beleggingen heb ik? Als je alleen aandelen hebt, ben je nog steeds niet gespreid. Je moet kijken naar categorieën die niet altijd hetzelfde doen. De belangrijkste zijn:
- Aandelen: Deze zorgen voor groei op de lange termijn. Ze schommelen veel, maar leveren gemiddeld het meest op.
- Obligaties: Dit zijn leningen aan overheden of grote bedrijven. Ze zijn vaak stabieler en betalen rente. Ze doen het meestal goed als aandelen een dipje hebben.
- Vastgoed: Dit kan via aandelen van verhuurders of speciale fondsen. Het levert vaak huur op en beschermt een beetje tegen inflatie.
- Grondstoffen (zoals goud of olie): Deze kunnen handig zijn als de prijzen overal stijgen (inflatie).
- Cash: Geld op de bank voelt misschien saai, maar het geeft je rust en de mogelijkheid om te kopen als er een grote uitverkoop is.
Een voorbeeld van hoe je dit kunt verdelen? Als je jong bent en lang wilt beleggen, kies je misschien voor 60% aandelen en 40% obligaties. Als je wat ouder bent en je vermogen wilt beschermen, draai je dat misschien om. Het gaat erom dat je niet alles in één bootje hebt zitten.
Meer dan alleen landen
Zodra je je basisactiva hebt gekozen, is het tijd voor de volgende stap. Dit is waar veel beginners misschien al stoppen, maar hier gaat het verschil tussen ‘oké’ beleggen en ‘slim’ beleggen zitten. We hebben het nu over het spreiden binnen die activaklassen. Laten we even kijken naar aandelen, want dat is waar veel mensen beginnen.
2. De muren: sectoren en stijlen
Stel, je koopt tien verschillende aandelen, maar ze zijn allemaal van banken. Dan ben je nog steeds niet gespreid! Als de rente plotseling omhoogschiet of de economie instort, gaan al die banken tegelijkertijd onderuit. Je moet dus spreiden over sectoren.
Je hebt de technologie-sector (Apple, Microsoft), de gezondheidszorg (bedrijven die medicijnen maken), de industrie, de energiesector, en ga zo maar door. Als de enige sector minder goed presteert, springt een andere er misschien in.
Daarnaast zijn er verschillende beleggingsstijlen. Sommige bedrijven zijn ‘groei’-bedrijven: ze zijn jong, groeien hard, maar zijn vaak duur en riskant. Andere zijn ‘value’-bedrijven: misschien niet spannend, maar goedkoop en stabiel. Een mix van beide maakt je portefeuille robuuster.
3. Het dak: geografische spreiding
Ten slotte kijk je naar waar die bedrijven zitten. Beleg je alleen in Nederlandse bedrijven? Dan ben je afhankelijk van hoe het in Nederland gaat. Natuurlijk is het fijn om te investeren in je eigen economie, maar de wereld is groter.
Door ook Amerikaanse, Aziatische of andere Europese aandelen toe te voegen, spreid je het risico van één land. Als de euro zwakt, kan dat juist gunstig zijn voor je buitenlandse beleggingen. Zo profiteer je niet alleen van stabiliteit, maar ook van verschillende economische cycli over de hele wereld.
Praktische stappen om te beginnen
Het klinkt misschien als veel werk om twintig aandelen te kopen, en dan ook nog eens uit vijf landen en drie sectoren. Gelukkig is er in de moderne beleggingswereld een hulpmiddel dat dit supermakkelijk maakt: de ETF.
Een ETF (of tracker) is eigenlijk een mandje dat je in één keer koopt. Koop je een wereldwijd aandelen-ETF? Dan koop je in één klap honderden of zelfs duizenden bedrijfen. Spreiden wordt hierdoor kinderspel. Je hoeft niet meer zelf 20 aandelen te selecteren; met één of twee goede ETF’s ben je al voor een groot deel gespreid.
Er zijn zelfs experts die zeggen dat je risicospreiding het beste kunt aanpakken door simpelweg een breed ETF-fondsen te kopen. Hoewel de theorie leuk is, is de praktijk soms gewoon het beste.
Echter, onthoud goed: een ETF die alleen in de technologie belegt (zoals een NASDAQ tracker) is minder gespreid dan een ETF die de hele wereld volgt. Keuzes maken blijft belangrijk.
De valkuilen van te veel goede wil
Er is één ding waar je op moet passen: te veel willen spreiden. Het klinkt contraproductief, maar er is zoiets als te veel diversificatie. Stel je voor dat je zoveel verschillende aandelen koopt dat je portefeuille er precies hetzelfde uitziet als de totale beurs. Dan had je net zo goed een indexfonds kunnen kopen. Of erger: je koopt van alles een beetje, maar begrijpt niet meer wat je nu eigenlijk bezit.
Als je aandelen koopt in bedrijven die je niet kent, puur om te spreiden, loop je het risico dat je verkeerde keuzes maakt. Een bekende belegger zei ooit: “Diversificatie is bescherming tegen onwetendheid.” Als je weet wat je doet, hoef je misschien niet zo extreem te spreiden. Maar voor de meeste gewone beleggers is het juist essentieel. Een goede stelregel is: houd het aantal aandelen dat je koopt beperkt (zoals eerder gezegd, rond de 20), en zorg dat je in ieder geval weet in welke sectoren je zit.
Een andere valkuil is denken dat je ‘klaar’ bent. Diversificatie is geen eenmalige actie. Het is een levendig proces. Je portefeuille groeit en krimpt. Misschien doen je aandelen het zo goed dat ze nu 80% van je vermogen uitmaken, terwijl je ooit begon met 50%. Dan is het tijd om te herbalanceren. Dat betekent dat je wat van die winst verkoopt en dat geld stop in de dingen die het minder deden (of die je oorspronkelijke plan waren). Zo hou je je risico-profiel in de gaten en bewaar je de rust.
Het langetermijnperspectief
Wat moet je nou met al deze kennis? Allereerst: maak je niet te druk over de dagelijkse koers. Als je goed gespreid bent, is een dag dat de beurs met 2% daalt geen ramp. Jouw mandje waait misschien wel om, maar jouw andere mandjes blijven staan. Hierdoor vermijd je de grootste valkuil van beleggen: emotie. Het maakt het makkelijker om lang door te gaan, en juist dát is wat vermogen opbouwt.
Wil je dieper duiken in hoe je dit precies aanpakt? Op onze website vind je artikelen die verder gaan dan de basis. Zoek bijvoorbeeld naar ‘Diversificatie portfolio hoe doe je dat‘. Of vraag jezelf af: ‘Risicobeperking hoe doe je dat eigenlijk concreet?
En vergeet niet dat iedereen anders is. Jouw situatie is uniek. De ene belegger kan een schommeling van 10% makkelijk verdragen, de andere slaapt er al wakker van. Daarom is diversificatie ook persoonlijk. Als je weet dat je snel zenuwachtig wordt, is het verstandig om meer obligaties en minder aandelen te nemen. Als je juist zo lang mogelijk wilt groeien, mag het risico wat hoger. Wil je weten welke vormen van spreiding er allemaal zijn? Kijk dan eens naar ‘Diversificatie soorten welke zijn er‘.
Uiteindelijk draait het allemaal om het beperken van het risico op totaalverlies. Wil je hier meer over weten? Lees dan ook eens over ‘Risicospreiding hoe doe je dat‘.
Dus, vat het samen: verspreid je eieren. Doe het met een plan, en hou het vol. Dan bouw je niet zomaar vermogen op; je bouwt een buffer tegen de onzekerheden van het leven. En dat geeft je de rust om te doen wat je leuk vindt, in plaats van te wachten tot de beurs stopt met dalen. Succes met beleggen!
]]>
Geef een reactie